Toen zag ik het. De voor mij bekende bus van Debbie en Erwin. En nu zag ik Erwin ook. En ik mocht nu ook uit de auto. Ik zag al mijn vrienden al achter het hek. Mijn baas liet me daar ook heen gaan. En toen zag ik Debbie ook nog. Ik was helemaal door het dolle.Even later stonden we met zijn allen voor het hek. We zagen nu waar we voor kwamen. We gingen steppen. We blaften uitbundig van opwinding, want steppen was gaaf. We raceten met onze baasjes door het bos. Helemaal cool. En aan het eind was ik zelfs behoorlijk moe. Ik zeg volgende week weer.